Rivierkazemat noord Katwijk
Ingang
Op het bordes(8) achter de uit twee delen bestaande ijzeren deur bevind zich
de ingang.
In de ingang eindigt het schietgat voor een geweer. Door het schietgat kon de
ingang vanuit de kanon ruimte(6) gedekt worden.
Mitrailleur ruimte
Via een tweede tweedelige IJzeren deur komt men in de mitrailleur ruimte(7)
De mitrailleur ruimte wordt bijna volledig in beslag genomen door de beton sokkel waarop
de mitrailleur op een driepoot kon worden opgesteld. Onder de zware mitrailleur werden
zandzakken geplaatst.
Bovenverdieping:
8 Bordes
1 Ingang
7 Mitrailleur ruimte voor de zware mitrailleur type Schwarzlose M.o8/15
6 Kanon ruimte voor het kanon type 5.l.50 no.2.
Onder verdieping:
2 Gang
3 Ontstekingsmiddelen ruimte
4 Springmiddelen ruimte
5 Munitie ruimte
Mitrailleur
type Schwarzlose M.o8/15
kaliber 7,9 mm
Opgesteld op affuit M25
Kanon
type 5.l.50 no.2.
kaliber 5 cm
De deuren werden gemaakt van 20mm dik
hoogwaardige staal. Omdat als gevolg van
beschietingen deze konden gaan klemmen
bestond een deur uit twee delen.
Kanon ruimte
Via een derde tweedelige IJzeren deur komt men in de kanon ruimte(6)
Hier stond het 5.l.50 no.2 kanon met snelvuur sluitstuk opgesteld. Via een
rails waarvan op de foto de draad stangen te zien zijn kon met behulp van
een loopkat en een opening in de achterwand het kanon in en uit de
kazemat gehaald worden.
In een rek tegen de muur lagen 50 patronen opgeslagen.
Door bezuinigingen was bij iedere
brug maar één loopkat aanwezig.
Toegangsluik naar de onder verdieping.
Via in de wand ingestorte klimijzers was de onder verdieping bereikbaar.
Gang
Vanuit de gang(2) kom men naar de ontstekingsmiddelen ruimte(3) of naar de
twee munitie ruimtes(5). Ook deze ruimtes waren voorzien van een uit twee
delen bestaande ijzeren deur.
Op de foto duidelijk zichtbaar de scharnier bevestigingspunten van de
bovenste deuren.
In de gang bevinden zich twee 3”
buizen één waardoor de kabel van de
schel ingevoerd werd en één voor de
kabel voor de verlichting
In de rivierkazemat was geen elektrische verlichting, hiervoor gebruikte men
kaarsen of petroleumlampen die in de lamp nissen werden geplaatst. zelfs in
de munitie ruimte.
De lamp nis werd door middel van een deurtje met draadglas afgesloten.
Munitie ruimte
In deze twee ruimtes(5) lag de munitievoorraad van het kanon en de
mitrailleur opgeslagen.
Voor het kanon bestond dit uit 500 granaten in de verhouding een
brisantgranaat op twee brisantpantser granaten.
Rond het te bouwen kunstwerk werd een afscherming van twee meter hoogte geplaatst om de werkzaamheden aan het oog te
onttrekken. Het werkterrein was met 1,20 meter hoge prikkeldraad afrastering afgezet. Op borden stond te lezen dat het
maken van foto’s en schetsen ten strengste verboden was.
Ondanks de geheimhouding was er een openbare inschrijving.
Om de rivierkazemat Katwijk noord te camoufleren voor waarnemingen vanuit de lucht lag er een laag aarde met gras op het
dak. Aan de voorzijde was een constructie met balken en kippengaas gemaakt welke bedekt was met groen. Op de voorzijde
was een patroon van lichte en donkere vlakken geschilderd om de locatie van de schietgaten te verbergen. Dit maskeren
gebeurde op aanwijzingen van Kapitein J.L. Schrikkel, Maskeringsofficier bij Stellingbouw die in het burgerleven kunstschilder
was.
10 mei 1940
Sergeant Nerfs was commandant van de noordelijke kazemat, bijgestaan door sergeant-capitulant van Breukelen commandant
van de zware mitrailleur.
Onderstaande tekst is overgenomen uit de Militaire Spectator No3 Maart 1942.
>>Erger kreeg de rivierkazemat Noord het te verduren, waarin Sergeant Nefs het commando voerde, terwijl Serg.cap. van
Breukelen commandant van den zwaren mitrailleur was. Zij was de eerste kazemat, die het vuur op den vijand opende, welke
al spoedig van repliek diende met vuur uit pag. en uit mitrailleurs. Dit vuur werd met grote zuiverheid afgegeven. Gedurende
den eersten tijd bediende Sergeant Nefs nu eens den vuurmond, daarbij geholpen door 2 korporaals, dan weer nam hij het
vuur met zijn kijker waar. Toen hij het voornemen had geuit om zelf het telefoontoestel te bedienen, teneinde den C.C.
persoonlijk op de hoogte te stellen, trof een granaat de pantserplaat, die zich aan de binnenzijde van de kazemat bevond en
die de bediening rechtstreeks moest beschermen tegen scherfwerking. De Korporaal der politietroepen W. D. Peters van
Nyenhof beschrijft dit gebeuren als volgt:
„Op het ogenblik, dat deze granaat op ongeveer 20 cm voor mijn oog uit elkaar sprong, stond ik juist door het kijker-vizier van
het kanon te kijken.
Het vizier werd voor mijn gezicht weggerukt, terwijl de gummiring van dit vizier, waartegen mijn oog rustte, door een scherf
werd opengescheurd".
,,Granaatscherven vlogen door de kazemat, Korporaal Haanstra werd aan zijn dijbeen getroffen, zelf kreeg ik een scherf in mijn
linker pols. Sergeant Nefs
werd door een scherf in de borst getroffen, waardoor onmiddellijk de dood intrad".
Dit tragisch gebeuren heeft een paniekje onder de kleine bezetting veroorzaakt. Men heeft de Rode-Kruispost telefonisch
gewaarschuwd, heeft het stoffelijk overschot van den commandant op de brits gelegd en toegedekt, waarna de gehele
bezetting van de kanonkamer naar de kelderverdieping is gegaan.
Hier kwam ook de Sergeant-capitulant van Breukelen. Hij heeft een minuut stilte gelast om de nagedachtenis van sergeant
Nefs te eren, heeft vervolgens de korporaals weer wat moed ingesproken en is daarna naar zijn post achter den mitrailleur
teruggekeerd.
De Korporaals van Mullekom en Meyer zijn daarna naar de kanonkamer gegaan om den strijd voort te zetten, totdat een
voltreffer het schietgat raakte en de loop van den vuurmond zodanig werd beschadigd, dat verder vuren niet mogelijk was.
Ook de zware mitrailleur werd vernield en wel omstreeks 12.00.
De gehele bediening heeft toen in de kelderverdieping het verdere verloop van den strijd afgewacht, terwijl de vijandelijke
beschieting voortduurde.<<
Lijst gesneuvelden rivierkazemat Noord
Sergeant politietroepen
F. Nefs
Lijst met gewonden rivierkazemat Noord
sergeant-capitulant
F.C. van Breukelen (3-II-26 R.I. brugdetachement Mook) licht gewond
Korporaal Politietroepen
E. Haanstra
Korporaal Politietroepen
W.D. Peters van Nijenhof
3-II-26 R.I.
J. Rijnberg (gewond)
Aanwezig in rivierkazemat Noord
Korporaal Politietroepen
Kattevilder
Korporaal Politietroepen
A.W.J. van Mullekom
Korporaal Politietroepen
L.R. Meijer
Korporaal Politietroepen
H. Steinmeijer
Korporaal Politietroepen
Rothuis
Korporaal Politietroepen
P. Poot
Korporaal Politietroepen
W. Montanari
Korporaal Politietroepen
H. Reinders
3-II-26 R.I.
van Dijk
3-II-26 R.I.
Vermeulen
3-II-26 R.I.
Biesen
De binnenmuren werden wit geverfd. Het ijzerwerk kreeg twee lagen menie en werd daarna bedekt met twee lagen chloor-
rubberverf. Om condensatie op de staalconstructies tegen te gaan, werd isolerende kurk verf gebruikt.
Nadat de bouw voltooid was werden er verschillende keren inspecties gehouden waarbij technische en tactische
tekortkomingen naar boven kwamen.
De muren van Katwijk noord bleken door te slaan en er kon geen munitie bij het kanon opgeslagen worden. Ook de verlichting
liet zeer te wensen over.
Dit probleem was in 1938 nog steeds niet opgelost. Geschikte Nederlandse lantaarns op batterijen werden niet gevonden.
Meestal ontbraken ook panorama schetsen of afstandstabellen. in dit jaar werd ook vastgesteld dat de kans op richtfouten bij
het kanon groot was. Dit omdat de richter in gebukte houding zijn werk moest doen, aan een zitplaats was niet gedacht.
De inspecteur der Artillerie formuleerde een aantal wensen om de inrichting te verbeteren: elektrische verlichting met blauwe
lampen, betere ventilatie, geluid demping door onder andere kokosmatten op de vloeren, verwarming en een voorhanden
zijnde schietvoorraad van 50 patronen.
Het is niet bekend of al deze wensen gehonoreerd zijn.
Bij het schieten met de mitrailleur kwamen kruitdampen vrij met een hoge
concentratie koolmonoxide. De normale vullingsbus van het gasmasker was
hiervoor niet afdoende, daarom werd het gasmasker aangesloten door middel van
een flexibele slang op een buis die in verbinding stond met de buitenlucht.
Eventuele door de vijand gebruikte strijd gassen werden uit de buitenlucht
gefilterd door de vullingsbus. De buitenlucht werd door de kazemat-
luchtaansluiting, de slang en de vullingbus aangezogen.
In de overige buizen waren voorzieningen (kruizen en extra bochten) aangebracht
om te voorkomen dat granaten of explosieven naar binnen gegooid konden
worden.
De kosten voor twee stuks rivierkazematten bij Katwijk en twee stuks rivierkazematten bij Oeffelt waren geraamd op 66.400
gulden (30.131 euro).
Deze begrote kosten zijn zonder de middelen die door de landmacht geleverd werden zoals wapens en munitie.
1942
In de lente van 1942 begon Duitsland een gebrek aan staal te krijgen voor de oorlogsindustrie. Schietgatblinden en deuren
worden naar Duitsland afgevoerd.
Om bruggen te verdedigen tegen luchtaanvallen plaatste de Duitsers op diverse rivierkazematten in Nederland afweergeschut.
Er is geen bewijs (of nog geen bewijs) gevonden of dat in Katwijk ook zo was.
Via een tweedelige IJzeren deur aan de buitenzijde van de rivierkazemat komt
men in de springmiddelen ruimte(4)
1969 - 1970
Eind jaren zestig van de twintigste eeuw wordt de Haven van Cuijk gebouwd. De Haven van Cuijk is een binnenhaven- en
industriegebied aan de Maas ten westen van Katwijk. In verband met verkoop van grond aan een industrieel verzoekt
burgemeester van Zwieten op 30 mei 1969 de opruimingsdienst van de Genie om bij wijze van oefening de rivierkazemat
Noord te verwijderden.
OP 2 juli ontvangt de gemeente Cuijk een reactie van het hoofd van de dienstkring Grave (De kapitein van fortificatien) Ing. B.
Berrety dat de brief ter behandeling is doorgestuurd naar Eerstaanwezend Ingenieur der Genie te ‘s Hertogenbosch. En dat
deze met diens advies ter afdoening aan de Minister van Defensie aangeboden zal worden.
14 oktober informeert de gemeente nogmaals bij Ing. Berrety, deze deelt mede dat het allemaal nogal gevoelig ligt bij de
“hoge bazen”. Sloop is zeer kostbaar maar ook een interessant oefen-object voor de Genie. De gemeente is bereid de afvoer
ervan te verzorgen als dit problemen geeft.
24 december ontvang de gemeente Cuijk een brief van de Eerstaanwezend Ingenieur der Genie b.a. de Majoor H.M. Bakker
dat het Ministerie van Defensie toestemming heeft verleent de brugkazemat Noord te Cuijk te laten ruimen. Omtrent de datum
van ruiming zal deze nog geïnformeerd worden.
Op 25 maart 1970 maakt de gemeente een aantal afspraken met Ing. Berrety. volgens hem gaat het om ongeveer 350m
3
beton/puin en circa 15 a 20 ton staal.
De Genie zal ook de afhandeling met het Waterschap “De Maaskant” op zich nemen ontremd overdracht grond en verdere
eisen.
8 april 1970 verstuurd de gemeente Cuijk nogmaals een bezorgde brief naar de 1ste Genie-commandement te Vught, de
gemeente heeft nog steeds geen datum van ruiming mogen ontvangen.
1936
Rivierkazemat Katwijk noord werd gebouwd in het kader van de “Strategische Voorzorgen’. Nadat de mogelijkheid van een
strategische overval was onderkend en erkend, werd geconcludeerd dat bij overgangen over de grote rivieren en andere
belangrijke waterwegen versterkingen noodzakelijk waren.
Om de noodzakelijkheden voor het weerstaan van een dergelijke dreiging vast te kunnen stellen werd een ‘Bruggen commissie’
in gesteld die op 4 september 1935 een verslag uitbracht met aanbevelingen, deze aanbevelingen werden echter maar voor
een deel overgenomen.
Een van de aanbevelingen die wel werd overgenomen was het bouwen van twee verdedigingswerken bij elke brug over de
Maas.
In Katwijk werden deze op circa 200 meter links en 135 meter rechts van de spoorbrug (Venlo - Nijmegen) gebouwd.
Het ontwerp van het Technisch Bureau van de Inspectie der Genie werd uitgewerkt op grond van plaatselijke omstandigheden
door de Eerstaanwezend Ingenieur te Nijmegen die ook verantwoordelijk was voor de openbare aanbesteding en het toezicht
op de bouw.
Op 10 februari 1936 geeft het gemeentebestuur van Linden een bouwvergunning af aan het Departement van Defensie voor
de bouw van twee type B kazematten met ieder twee verdiepingen.
In Nijmegen wordt op 26 februari 1936 de aanbesteding gehouden voor de bouw van vier kazematten van gewapend beton
waarvan twee te Katwijk (Linden) en twee te Oeffelt. Van de 26 inschrijvers is L.v.d. Plas uit Rosmalen met 32.998 gulden
(14.974 euro) de laagste inschrijver, M.J. Ebben uit Beers is de hoogste met 47.438 gulden (21.526 euro). De kosten voor de
bouw werden betaald uit het Defensiefonds.
1941
De opzichter van Frontificatie, W. Horstmann maakt een verslag van de beschietingen van de kazematten in de dienstkring.
>>Kazemat Katwijk Noord is rechtstreeks beschoten met 4 cm geschut. Deze beschieting heeft op het beton geen uitwerking
gehad. De diepste indringing is 12 cm. De kazemat is buiten gevecht gesteld door schoten in het schietgat. Een schot is door
de gietstalen schietplaat de kazemat binnengedrongen.<<
Door hem getekend op 8 april 1941 te Nijmegen.
8
Rivierkazemat Katwijk Noord
Kazemat voor zware mitrailleur en pantserafweergeschut
Model
: type B
Ontwerp
: Op basis van richtlijnen van het TB van de IdG uitgewerkt door de Eal te Nijmegen
Tekening nummer
: Km
Bouwjaar
: 1936
Schietrichting
: Frontaal
Schootsveld kanon
: 30·
Schootsveld mitrailleur
: 30·
Weerstandvermogen
: W.12-15 deels W15-21
Muurdikte dak / front
: 0.80m / 1.50 gewapend beton
Bewapening
: Schwarzlose M.08/15 en een pantserafweergeschut 5 No.2 (No.72)
Bezetting
: Korps Politietroepen, 12 man / 26 R.I. 6 man
Kosten
(ongeveer)
: 32.998 gulden (14.974 euro)
Rijksmonument nummer
: 420215
Coördinaten
: 51.755215 N 5.866520 E
Bijzonderheden
: Kazemat met twee verdiepingen
Rivierkazemat Katwijk Noord
Foto: collectie Nederlands Instituut voor Militaire Historie
Fotograaf: J.J.C.P. Wilson
Rivierkazemat Katwijk Noord
Gefotografeerd door de Walsh Baileybrug (1945)
Utrechts Archief